Gemeenteraad 28/01/2019

Geurhinder Beerst

KLIERSTRAAT

  • Tijdens de laatste weken werden bij ons in totaal 10 klachtenomtrent geurhinder ingediend. Alle klachten verwijzen naar het bedrijf gelegen langs de Klierstraat 4 in Beerst.

De klagers veronderstellen dat de geurhinder daar z’n oorsprong vindt…

Voorheen werden bij ons nooit klachten ingediend. Deze klachten worden nu volop onderzocht door afdeling Omgevingsinspectie (vroegere milieu-inspectie) en zijn voor alle duidelijkheid op vandaag niet bewezen. Wij hebben alle klachten integraal aan Omgevingsinspectie bezorgd.

Zij zijn ondertussen al twee keer extra langs geweest en volgen de zaak op de voet. Wij staan uiteraard in nauw contact en houden elkaar op de hoogte van alle ondernomen stappen.

  • In het handhavingsbesluit worden de bevoegdheidsverdelingen vastgelegd. Lokale toezichthouders zijn bevoegd voor toezicht op inrichtingen klasse 2 en 3 en voor niet- ingedeelde inrichtingen.
    Klasse 1- bedrijven vallen onder de toezichtsbevoegdheid van afdeling Omgevingsinspectie.
  • In het afgelopen jaar werden door Omgevingsinspectie 4 controlebezoekenuitgevoerd: maart 2018, april 2018, 2x in januari 2019. Voorlopig werd geen geurhinder vastgesteld die kon gerelateerd worden aan het houden van kippen. De klachten worden verder opgevolgd en er worden in de nabije toekomst nog een aantal inspecties gepland zodat op elk moment van de ronde kan worden nagegaan of er al dan niet geur waarneembaar is en of die geur hinderlijk is.
  • Wijzelf zijn vorig jaar ook langs geweest op het bedrijf, maar niet naar aanleiding van een klacht. Tijdens de volgende inspectie van Omgevingsinspectie gaat onze dienst mee ter plaatse.
  • Geuremissiewordt voornamelijk bepaald door:
    • Diersoort (kippen)
    • Diercategorie (slachtkuikens)
    • Aantal dieren en het stalsysteem:
      • Stal 1 en 2: systeem P- 6.4.: warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging van de strooisellaag
      • Stal 3 en 4: systeem P-6.3.:  grondhuisvesting met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren
    • kadaveropslag
  • Geurhinderis afhankelijk van veel verschillende factoren, zoals bv:
    • Klimatologische parameters, zoals bv. overheersende windrichting (ZW)
    • Moment in de cyclus

Zowel het meten, berekenen als beoordelen van geur is een zéér complexematerie. Anderzijds staat het natuurlijk vast dat geurhinder een grote impact kan hebben op de levenskwaliteit van omwonenden.

  • Er zijn in de omgeving nog heel wat andere veeteeltbedrijvenaanwezig, waaronder 4 andere pluimveebedrijven vergund:
  • Deze aantallen kunnen afwijken van de reële situatie, maar zijn de aantallen zoals op vandaag vergund.
  • Er zijn dus diverse gelijksoortige geurbronnen aanwezig in de omgeving. Deze bedrijven zijn gelegen in een ‘bronnencluster’. Hiervoor worden minder strenge normen gehanteerd dan voor geïsoleerd gelegen bedrijven.
  • Er wordt een cumulatieve toetsing uitgevoerd bij de indicatorwoningen aangezien er zicht binnen een cirkel rondom het bedrijf, bedrijven bevinden met veeteelt en dus gelijkaardige geuremissie. De geuruitstoot van de omliggende veeteeltbedrijven worden dus mee in beschouwing genomen.
  • MER- rapport (PRMER-2421)voor de uitbreiding van 84.000 slachtkippen tot 168.000 slachtkippen. Het studiegebied wordt vastgelegd (incl. veiligheidsmarge) met de geurgevoelige gebieden en objecten. De inschatting van de effecten naar geurhinder wordt op 2 manieren bepaald:
    • IFDM- modellering: de emissie- inschatting wordt berekend door het activiteitsniveau van de inrichting te vermenigvuldigen met de emissiefactor. Deze emissie wordt daarna omgezet in een geurconcentratie in de omgeving, d.m.v. een overdrachtsberekening (IFDM).
    • Vlarem II afstandsregels voor varkens en pluimvee: in functie van het aantal aanwezige dieren en het gebruikte stalsysteem wordt een bepaalde te respecteren afstand opgelegd tot nabijgelegen gevoelige gebieden.
IWVA : Punt 10 Verzoek verlenging duurtijd intergemeentelijke samenwerkingsverband -Goedkeuring

Hierbij wordt gevraagd om een nieuwe verbintenis aan te gaan voor een periode van 18 jaar voor de distributie van water.  Diksmuide wenst daarop in te gaan.  Bovendien nog een duidelijk citaat, dat voor Idee Diksmuide van vitaal belang is.  Op bladzijde 3 staat duidelijk en ik lees voor : “Ook aan de hand van de financiële analyse motiveren we een verderzetting van de IWVA in de huidige vorm. Indien de mogelijkheid zich zou stellen om ook de resterende deelgemeenten van Diksmuide op te nemen, heeft dit een positieve impact op de totale kasstroom”.  Wij wensen immers gelijke tarieven op het grondgebied van Diksmuide.  En voor ons part, mag de goedkoopste leveren.  Dit komt enkel en alleen de Diksmuideling ten goede.