De politieke structuur in België en het kiessysteem zijn nogal complex en komen verwarrend over voor iemand die niet zo vertrouwd is met politiek. Omdat wij het belangrijk vinden om u te informeren over het systeem proberen wij in deze sectie op een transparante manier een duidelijk antwoord te geven op uw politieke vragen. 

De tijd van het “ancien régime” ligt niet zo ver achter ons. Tien generaties of een goede 200 jaar geleden werd de politieke “macht” uitgeoefend door de koning en zijn getrouwen. Via een feodaal gestructureerde hiërarchie waren die, elk in hun eigen gebied, heer en meester.

Voor de andere pijler van de toenmalige samenleving, de religieuze macht, stonden de paus en zijn getrouwen, een even feodaal gestructureerde hiërarchie, garant. De koning stond aan het hoofd van het koninkrijk, de paus van het “gods”rijk.

De basis voor de wereldlijke macht was de erfelijkheid: wie als zoon van een machthebber werd geboren, kreeg met zijn geboorte ook de macht mee.

De basis voor de kerkelijke macht was de “openbaring” en de pauselijke benoeming.

Alle mensen waren onderdaan en onderdanig aan beide machten. Zo was het altijd geweest en zo zou het altijd blijven. Tot de maat vol was en de Franse Revolutie aan het ancien régime een einde maakte. Het volk nam de feodale macht niet meer, nam deze macht in eigen handen en wilde terecht de beslissingen zelf nemen.

Al snel werd duidelijk dat de uitoefening van de macht door “het volk” geen eenvoudige zaak was. Er moesten een aantal afspraken gemaakt worden ten einde niet te hervallen in een zelfde toestand als het “ancien régime”. De leuzen die aan de Franse Revolutie eigen zijn, luiden: Liberté, Egalité, Fraternité. Welke waren deze levensnoodzakelijke afspraken dan wel?

  • Vrijheid

Ontsnapt aan het juk van koning en paus, wilde iedere burger van zijn vrijheid proeven. Nochtans werd al gauw duidelijk dat vrijheden op elkaar afgestemd moeten worden om echte vrijheden te kunnen zijn. Niet iedereen kan te allen tijde doen wat hij wil. De noodzaak aan regulerende beperkingen werd snel duidelijk. Een positieve vrijheid samen met anderen is veel leefbaarder dan een individuele (negatieve) vrijheid, vaak ten koste van anderen. (ikke en de rest kan stikken)

  • Gelijkheid

Alle mensen zijn gelijk: ze behoren tot de soort “homo sapiens ” en tellen 46 chromosomen. Uiteraard zijn er binnen de soort individuele verschillen. Sommige individuen hebben een ander kleur van ogen of van huid, een verschil in lengte of dikte, een verschil in spiermassa of in intelligentie.

  • Broederlijkheid

Mensen moeten met elkaar omgaan als broeders. Dit wil zeggen dat ze elkaar als gelijke met het nodige respect en de nodige waardering moeten behandelen. Er is geen onderscheid in rang en stand.

De democratie (het volk in plaats van koning en paus aan de macht) kan enkel functioneren als deze voorwaarden vervuld zijn. We moeten ervan uitgaan dat mensen gelijk zijn, gelijke rechten hebben en elkaars vrijheid zoveel als mogelijk respecteren. Anders werkt democratie niet. Bewijzen van mislukkingen liggen voor het rapen in de geschiedenis. Machtsgrepen door personen, ideologieën of godsdiensten verkrachten keer op keer de democratie. Toestanden als het Nazisme, Stalinisme, Islam- of ander godsdienstig fundamentalisme bewijzen telkens opnieuw hoe kostbaar en moeilijk de democratie is.

Het is onze plicht, als mens en als politicus, de waarden die de democratie maken, te helpen ondersteunen en te bewaken. Partijen die uitsluiting prediken, partijen die discriminatie onderschrijven, partijen die politieke tegenstanders respectloos behandelen, zijn een gevaar voor de democratie.

Wie niet terug wil naar het “ancien” of naar een nog veel erger “régime”, denkt best twee of meer keer na vooraleer hij stemt. Idee2006 staat voor een democratische politiek met als kenmerken respect, gelijkheid, tolerantie, samenwerking, transparantie en behoedzame vrijheid.

“Democratie” is een woord dat voor vele interpretaties vatbaar is. Eén van de schijnbare tegenstellingen in de democratie is het onderscheid tussen “directe” en “indirecte” democratie.

democratie

Indirecte democratie 

Op 14 oktober mogen we, ja moeten we met zijn allen gaan stemmen. Dit is dan de hoogdag voor de democratie, de gelegenheid bij uitstek waarop “de macht van het volk” (in het Grieks is demos: volk en cratos: macht) gedemonstreerd wordt. Met onze stem bepalen we het beleid. Wie mag, in onze plaats, beslissen over hoe onze samenleving moet uitgebouwd worden? Door te stemmen kiezen we wie ons, de burgers, zal vertegenwoordigen en hoe hij dat zal doen.
Maar doen we dat wel? Bepalen we met onze stem mee het beleid? Is het aanduiden van een vertegenwoordiger de enige democratische daad die we kunnen stellen?Als de democratie beperkt wordt tot het uitbrengen van een stem om de vier of om de zes jaar, dreigt ze, terecht, ten prooi te vallen aan onverschilligheid. 

Participatie en betrokkenheid 

Vele auteurs wijzen dan ook op de nood aan meer participatie. Participatiedemocratie verwijst naar de burger van het Athene uit de oudheid waar deze meer rechtstreeks aan de politiek kon deelnemen. Participatiedemocratie is dan vooral ook een poging om een dam op te werpen tegen onvolkomen politiek begrip, steeds lager wordend aantal stemmers waar geen stemplicht is, proteststemmen waar er wel stemplicht is, corruptie en andere schendingen die te wijten zijn aan het niet betrokken zijn van burgers in vele representatie democratieën.  Burgers direct uitnodigen in het politieke debat kan niet enkel zorgen voor een grotere betrokkenheid, maar ook voor een beter begrip en betere informatie.   

Directe democratie en referenda 

Het verschil tussen directe democratie en andere vormen van zeggenschap en participatie, is dat bij directe democratie de burgers de uiteindelijke beslissing nemen. Het liefst bindend. Vroeger ging dit via volksvergaderingen op het marktplein. Tegenwoordig zijn diverse vormen van referenda of volksraadplegingen de meest praktische en meest voorkomende invulling van directe democratie. In de toekomst zullen burgerbesluiten via elektronische of andere weg waarschijnlijk een grotere rol spelen. 
De vernieuwde belangstelling voor de directe democratie heeft volgens socioloog Luc Huyse onder meer te maken met de verhoogde individuele handelings- en keuzebekwaamheid van de burgers. Deze vloeit onder meer voort uit de spectaculaire verhoging van het onderwijsniveau. Andere auteurs wijzen op een meer algemene cultuurverandering, die individuele autonomie en zelfbeschikking centraal stelt en die van individuele preferenties het ultieme richtsnoer van handelen maakt.
Overdreven individualisme is zeker uit den boze.  Het gaat om een “samen”-leving waarin bewuste mensen tot een consensus, een eensgezindheid kunnen komen. 
Om het bewust-zijn en de politieke betrokkenheid van de burger te vergroten, kan het invoeren van bindende referenda op geregelde tijdstippen en over welomschreven onderwerpen, een uitstekend middel zijn.
In ‘De Vierde Golf” pleit Guy Verhofstadt voor de afschaffing van de stemplicht en een vermindering van het belang van de lijststem. Tegelijk breekt hij een lans voor de invoering van referenda: “Bindende referenda moeten mogelijk worden, echte volksraadplegingen die niet door de politici of de partijen, maar mits het inzamelen van een representatief aantal handtekeningen door de burgers zelf dienen te worden geïnitieerd.”

De Amerikaanse economist Grover Norqvist merkt in “Americans for Tax Reforms” fijntjes op dat: “Het groot verschil tussen volksinitiatieven en gekozen vertegenwoordigers is dat volksinitiatieven niet van gedachten veranderen zodra je op hen gestemd hebt.”          

Democratie en ethiek 

Een bijkomende maar onmisbare voorwaarde voor een democratisch politiek beleid is van ethische aard: Met Vaclav Havel, de Tsjechische schrijver en president, ben ik akkoord als hij in “Zomeroverpeinzingen” schrijft: “Ik ben ervan overtuigd dat we nooit een rechtvaardige en democratische staat zullen opbouwen, als we niet tegelijkertijd – ook al mag dat in politicologische oren weinig wetenschappelijk klinken – een menselijke, geestelijke en culturele staat opbouwen.  De allerbeste wetten en de allerbest doordachte democratische mechanismen kunnen namelijk op zichzelf absoluut geen wettigheid, vrijheid of mensenrechten garanderen, niets van dat alles waarvoor ze zijn bestemd, als ze niet gegarandeerd worden door zekere menselijke en maatschappelijke waarden.”    

Op gemeentelijk niveau zijn er ongetwijfeld voldoende onderwerpen die in aanmerking komen voor goed voorbereide referenda. De organisatie en uitbouw daarvan is zeker geen gemakkelijke taak maar dat kan de relatie tussen burger en politicus alleen maar ten goede komen. Zoals liefde een werkwoord is, zo is democratie dat ook. Ze is nooit verworven, nooit voltooid, nooit voldragen, nooit met zekerheid verankerd in instellingen. Democratie leeft op gespannen voet met zelfgenoegzaamheid. De democratie is hoogstens een… democratie, het is en blijft “un exercise extrême”.  We moeten er blijven in geloven en er voortdurend aan werken. Met IDEE2006 willen we onze uiterste best doen de democratie in zijn zuiverste vorm te vrijwaren! En dat loont zeker de moeite!

11/08/2006

Polite ik

Tegen wil en dank en nogal onverwacht is IDEE2006 door “de anderen” in een oppositierol gemanoeuvreerd. We kunnen dat nu erg vinden of niet, gedane zaken nemen geen keer. Ons Westers democratisch spel verdeelt politici nu eenmaal altijd in leden van “de meerderheid” en leden van “de minderheid”. Deze minderheid wordt dan doorgaans “de oppositie” genoemd. Maar al is oppositie een onvermijdelijk gevolg van onze democratie, het is volgens mij ook een noodzakelijkheid.  

Wat betekent eigenlijk “oppositie”?

Iemand die een mooi ambt bekleedt, iemand die door zijn omgeving gewaardeerd wordt, heeft een goede “positie”. Goed “gepositioneerd” betekent dat de verhoudingen tussen de verschillende onderdelen van iets harmonisch zijn of dat dit, een huis bijvoorbeeld, mooi geïntegreerd is in het landschap, de omgeving.  Iedere kandidaat politicus streeft naar (of is in verwachting van) een zekere politieke “positie”. Wie het goed meent in het politieke landschap, wil zich goed positioneren en zijn doelstellingen in harmonie brengen met zijn omgeving. 

Wat betekent dan oppositie

Betekent het dat de politicus een “0”- positie bekleedt? Een nul of zero positie. Als het spel hard gespeeld wordt, dan kan een politieke meerderheid alle minderheidspolitici permanent monddood maken. Die hebben dan niets in de pap te brokken. Ze zijn dan in de ogen van de meerderheid van nul of generlei waarde. Een nul-positie, een 0-positie. Dit is op een weinig respectabele manier aan politiek doen door een meerderheid.  
Of betekent oppositie eerder een “op” - positie? Men kan op iets zitten, op iets kappen op iets slaan… In die optiek zou een oppositie systematisch op alle voorstellen of beslissingen van de meerderheid inbeuken en er zonder onderscheid op schieten, afschieten. Dit is op een weinig respectabele manier aan politiek doen door een minderheid. 
Maar misschien is oppositie veeleer een  “o” -  positie, waarbij o! of oh! dan een uitroep van bewondering voorstelt?  Bewondering of verwondering? Bewondering bij goede voorstellen, verwondering bij minder goede voorstellen vanuit de meerderheid… Op die manier kunnen politici vanuit de oppositie een spiegel voorhouden aan hun collega’s uit de meerderheid. Op die manier kunnen ze een klankbord zijn, een toetssteen, een test voor goed beleid.

De eerst voorwaarde voor deze constructieve wisselwerking is natuurlijk een wederzijds respect.De perfecte 0, de “0”-positie, de volmaakte cirkel kan op die manier symbool zijn voor een evenwichtig politiek spel waarvan de gemeenschap, en niet alleen de individuele politici, de vruchten van kunnen plukken. In Diksmuide is deze perfectie vooralsnog niet aanwezig. Vanuit CD&V hoek beloofde men met veel poeha “respect voor de burger”. Maar zoals de “farce” van de voorzitter op de laatste gemeenteraad laat uitschijnen, is er van dit respect voor de politici uit de oppositie in elk geval niet veel te merken. Wellicht zijn dit in hun ogen geen burgers…

Er zijn verschillende manieren om geldig te stemmen. Zorg er alvast voor niet ongeldig te stemmen door niet:

  • - op verschillende lijsten te stemmen
  • - blanco te stemmen
  • - opmerkingen op het stemformulier te schrijven
  • - het stemformulier te beschadigen
 

Geldig stemt u door:

  • - bij voorkeur alle kandidaten van de lijst IDEE Diksmuide aan te stippen
  • - meerdere kandidaten van de lijst IDEE Diksmuide aan te stippen
  • - één kandidaat van de lijst IDEE Diksmuide aan te stippen
  • - een stem bovenaan de lijst of een stem bovenaan de lijst samen met één of meerdere kandidaten is ook een geldige manier.
 

Het is ten zeerste aanbevolen iedereen warm te maken om voor ALLE 25 kandidaten van de lijst IDEE Diksmuide te stemmen.  Dat maakt ons allemaal beter!